HISTORIE : Licht in de duisternis : Congo onder stroom

Na de Eerste Wereldoorlog ging in Belgisch Congo een nieuwe economische wind waaien. De jaren 1920 werden gekenmerkt door enkele economische en industriële sprongen voorwaarts. Het interbellum was immers de periode waarin het adagio “ mettre la colonie en valeur”, waar koning Albert I het in zijn toespraken vaak over had, pas echt goed opgeld begon te maken. Onderdeel van de modernisering van de kolonie was de invoering van een elektriciteitsnet in de meer stedelijke centra. Een belangrijke speler in dit proces was de Cominière die in 1922 startte met het instaleren en vanaf 1924 uitbaten van een elektriciteitsdistributienet in Elizabethville. De via dit distributienet geleverde elektricteit werd door de de Cominière aangekocht bij de in Katanga reeds actieve industriële ondernemingen. In 1925 werd ook in Leopoldville een begin gemaakt met de aanleg van een elektriciteitsnet. Beide netten ( Elizabethville en Leopoldville ) werden beheerd door de COLECTRIC, een daartoe door de Cominière opgerichte maatschappij die vanaf 1926 ook in het Katangese Jadotville (het huidige Likasi) aan de slag ging.

De in Katanga verdeelde elektriciteit werd aangekocht bij de industriële ondernemingen die hun energie opwekten via bijvoorbeeld de waterkrachtcentrale van Madwingusha, De Société Générale des Forces Hydro-Electriques du Katanga (SOGEFOR) produceerde bijvoorbeeld elektriciteit voor de Union Minière du Haut Katanga (UMHK). Voor de bevoorrading van Leopoldville bouwde COLECTRIC echter zelf de nodige thermische centrales. De eerste centrale werd gevestigd te Ndolo ( 1925 ). In 1928 werd een 2e gebouwd (operationeel vanaf 1930) te Kalina. Beide centrales waren uitgerust met motoren van de firma Bollinckx. Tegen 1930 had TEXAF met het oog op haar energienoden de Société Hydrologique de Sanga opgericht en op zo'n 70 kilometer van Leopoldstad de waterkrachtcentrale van Sanga gebouwd. Eenmaal Sanga vanaf 1932 in gebruik was, kocht COLECTRIC van TEXAF de overtollig geproduceerde elektriciteit en bracht die op het distributienet van Leopoldville. 

De thermische centrales van Ndolo en Kalina bleven als reserve functioneren. In 1930 werd ook SOGELEC opgericht, een maatschappij waarin COLECTRIC een meerderheidsaandeel behield. Vandaag de dag is het de fameuse SNEL ( Société National d'Electricité) die in Kinshasa en elders in Congo de lampen doet branden, of dat toch zou moeten doen. De SNEL is echter befaamd om zijn vele “coupures de courant” . Een geoefend Congoreizigers weet dat hij steeds en overal een zaklamp bij de hand moet hebben. De SNEL ontstond in 1970 uit een fusie tussen de op dat ogenblik bestaande private elektriciteitsmaatschapijen Forces du Bas-Congo, Forces de l'Est, Cometrick, Colectric ent Sogelec

 

De afgebeelde foto's staan gepubliceerd in het in 1960 uitgegeven jubileumboek ter gelegenheid van 50  jaar Cominière 1910 – 1960

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb